Zand over de Natuur

 

 

 

 

Inmiddels zijn van 2013 tot 2015 de werkzaamheden uitgevoerd. In 2013 is een vooroeversuppletie uitgevoerd. De aanleg van een 300-500 meter breed strand (met duinen) voor de HPZ is uitgevoerd in 2014, met een uitloop tot en met februari 2015.

Hierdoor zijn de aanwezige strandhoofden onder het zand verdwenen.

In aansluiting daarop heeft het ministerie opdracht gegeven voor onderzoek naar de effecten voor de periode 2015-2020, met een tussentijdse evaluatie in 2017 en een eindrapportage in 2020. De mitigatie heeft immers een resultaatverplichting (de mitigatie moet werken) en niet alleen een inspanningsverplichting (je best doen is niet voldoende).

De gevolgen voor de natuur van dit prachtige staaltje Nederlandse waterbouw (zand tegen een dijk aan spuiten) en het effect van de mitigerende maatregelen is op 30 maart 2017 aan een select gezelschap van overheden, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten en Vogelbescherming Nederland gepresenteerd. Tegenstanders van het project, waren, ondanks het verzoek daartoe, niet uitgenodigd omdat, naar later bleek, zij niet tot de “doelgroep” behoorden. Inmiddels heeft, ongetwijfeld naar aanleiding van onze protesten, in het voorjaar van 2017 wel een overleg in “petit comité” plaatsgevonden met het hoogheemraadschap en een enkele onderzoeker (NIOZ).


Natuur-effecten aanleg Hondsbossche Duinen: een reactie op de tussenrapportage van de monitoring van ‘mitigerende’ maatregelen


Rob Struyk, Nelly van Brederode & Maarten Platteeuw


  1. Inleiding


VWG Alkmaar en Omstreken was, evenals Faunabescherming en de Werkgroep Steenloper, fervent tegenstander van de gekozen kustversterkingsvariant voor de Hondsbossche en Pettemerzeewering (HPZ). Door de keuze voor een zandige oplossing, waarbij al het harde substraat aan de zeezijde onder een metersdikke zandlaag zou verdwijnen, werden door hen veel nadelige effecten op de natuurwaarden verwacht.

In de brugnotitie MER (Milieu Effect Rapportage), redactioneel vastgesteld op 19 maart 2013, wordt de “Zeewaartse versterking”, een zandige versterking van de kust, inclusief inpassings- en mitigerende maatregelen als VKA (VoorKeursAlternatief) gekozen. Een zandige versterking van de Hondsbossche en Pettemerzeewering zou, volgens de MER, de dubbeldoelstelling adequaat invullen, want:

- De veiligheid werd verzekerd (veiligheid op orde eind 2015);

- De bestaande waarden en functies worden bij dit alternatief het beste behouden en hersteld;

- Met de aanleg van zand voor de Hondsbossche en Pettemerzeewering ontstaan potenties voor natuur en lokale economische groei.


Deze voorkeursvariant was overigens al in 2006 door de minister van Verkeer en Waterstaat op ondemocratische wijze opgelegd op advies van de Deltacommissaris. De Provincie Noord-Holland werd hiermee overruled. Zij had op 19 juni 2006 aan de Minister van Verkeer en Waterstaat laten weten dat er, op grond van een integrale beoordeling, een voorkeur bestond voor een overslagdijk.

Uit de definitieve milieueffectrapportage bleek dat bij uitvoering van het voorgenomen voorkeursalternatief significant negatieve effecten op (aangrenzende) Natura 2000-gebieden niet bij voorbaat konden worden uitgesloten. In overeenstemming met de Natuurbeschermingswet 1998 is daarom een zogenaamde Passende Beoordeling uitgevoerd, waarin is onderzocht of, en zo ja welke, natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden worden aangetast en welke mitigerende maatregelen eventueel konden worden genomen om dit te voorkomen. In de Passende Beoordeling (Arcadis 2013) wordt geconcludeerd dat:

“– zonder het treffen van mitigerende maatregelen – significant negatieve effecten op Scholekster, Steenloper en Dwerggans niet kunnen worden uitgesloten. Door het nemen van mitigerende maatregelen zullen echter met zekerheid geen significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze soorten optreden.”


  1. Mitigerende maatregelen


Het negatieve gevolg voor Dwerggans betrof mogelijke verstoring door werkzaamheden in het winterseizoen. Dit gevolg kan worden voorkomen door ’s winters geen binnendijkse werkzaamheden uit te voeren. Het negatieve gevolg voor Steenloper en Scholekster betrof verlies aan oppervlakte foerageergebied. Als gevolg van het verlies van hard substraat door het onder het zand verdwijnen van de strandhoofden voor de HPZ neemt de voedselbeschikbaarheid voor Scholeksters en Steenlopers af.


Dit verlies van hard substraat zou als volgt worden gemitigeerd:

- Het opwaarderen van de strandhoofden ten noorden van Sint Maartenszee met Elastocoast, in combinatie met de inrichting van nieuwe hoogwatervluchtplaatsen met foerageermogelijkheden in Noord-Holland (Zandpolder);

- Het aanbrengen van extra structuren op het buitentalud van de Waddenzeedijken op Texel en eventueel bij Den Helder, zodat daar “rijke dijken” ontstaan.


Samenvattende conclusie van de MER was: het verlies aan natuur op hard substraat is met zekerheid goed te mitigeren. 


  1. Tussentijdse rapportage monitoring mitigatie


Inmiddels zijn van 2013 tot 2015 de werkzaamheden uitgevoerd. In 2013 is een vooroeversuppletie uitgevoerd. De aanleg van een 300-500 meter breed strand (met duinen) voor de HPZ is uitgevoerd in 2014, met een uitloop tot en met februari 2015. Hierdoor zijn de aanwezige strandhoofden onder het zand verdwenen.

In aansluiting daarop heeft het ministerie opdracht gegeven voor onderzoek naar de effecten voor de periode 2015-2020, met een tussentijdse evaluatie in 2017 en een eindrapportage in 2020. De mitigatie heeft immers een resultaatverplichting (de mitigatie moet werken) en niet alleen een inspanningsverplichting (je best doen is niet voldoende).

De gevolgen voor de natuur van dit prachtige staaltje Nederlandse waterbouw (zand tegen een dijk aan spuiten) en het effect van de mitigerende maatregelen is op 30 maart 2017 aan een select gezelschap van overheden, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten en Vogelbescherming Nederland gepresenteerd. Tegenstanders van het project, waren, ondanks het verzoek daartoe, niet uitgenodigd omdat, naar later bleek, zij niet tot de “doelgroep” behoorden. Inmiddels heeft, ongetwijfeld naar aanleiding van onze protesten, wel een overleg in “petit comité” plaatsgevonden met het hoogheemraadschap en een enkele onderzoeker (NIOZ).


De resultaten van de monitoring zijn in een viertal rapporten gepresenteerd:


  • Kustversterking Zwakke Schakels Noord-Holland , Effectmeting vogels 2016, Jan H. Beekman, Arcadis Nederland B.V.


  • Rapportage bemonsteringen strandhoofden aan de Noord-Hollandse kust tussen Sint Maartenszee en Julianadorp en de stortberm op Texel tussen Oudeschild en Oost in de periode mei 2015 - januari 2017, NIOZ, Texel 28 maart 2017.


  • Zwakke Schakels N-H, monitoring flora en vegetatie in 2016, Ten Haaf & Bakker, 2016 en Van der Goes & Groot, 2016.


  • Zwakke Schakels Noord-Holland, Metingen zand- en zoutspray rondom HPZ, Tussenrapportage 2017, Arens Bureau voor Strand- en Duinonderzoek Rapport nr. Arens BSDO RAP2017.02.


In dit stuk wordt gereageerd op de eerste twee rapporten over de vogels. Waar relevant zijn ook de bevindingen uit de andere rapporten genoemd.


  1. Effecten op vogels en hoe die te ‘mitigeren’


De strandhoofden waren traditioneel van groot belang als voedselgebied voor een aantal soorten vogels, waarvan een deel via Natura 2000 (met aanwijzingen in Waddenzee en in Noordzeekustzone) beschermd is. Minder voedselgebied langs de Noord-Hollandse kust zou betekenen dat de aantallen vogels daar door voedselgebrek zouden gaan afnemen en dit zou kunnen leiden tot significante effecten op de Waddenzee (en in de Noordzeekustzone, maar op één of andere wijze is dat in de redeneerlijnen tussen wal en schip geraakt) voor Scholekster en Steenloper (en mogelijk ook voor Kanoet gedurende strengere winters). Door het nemen van natuurmaatregelen (‘mitigerende’ maatregelen) zouden deze effecten dusdanig veel kleiner worden dat significante effecten zouden kunnen worden uitgesloten.

Voor het project is door het Ministerie van Economische Zaken een vergunning verleend in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een uitspraak van de Raad van State heeft het project onherroepelijk gemaakt (uitspraak 201309630/1/R6 d.d. 29 oktober 2014).


De volgende mitigerende maatregelen zijn ten behoeve van het project getroffen ter compensatie van het verlies aan foerageergebied :

- Aanbrengen van Elastocoast:

- op gezette basaltstenen van 15 strandhoofden tussen Sint Maartenszee en Callantsoog schoonmaken van de strandhoofden in oktober 2013 en aanbrengen in 2014;

- op gezette basaltstenen van 16 strandhoofden tussen Groote Keeten en Julianadorp (uitgevoerd in mei/juni 2013);

- Verbreding van het bovengrondse deel van de stortberm met een breedte van circa 7 meter op het dijktraject ten noorden van Oudeschild, Texel, over een afstand van 2,3 kilometer;


Daarnaast zijn enkele voorzieningen getroffen om steltlopers van het ‘nieuwe’, ‘verbeterde’ foerageergebied ook van hoogwatervluchtplaatsen te voorzien: 

- Aanleg van binnendijkse hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s), te weten: Zandpolder II (aangelegd in 2013/2014) en Zandpolder III (aangelegd in 2015).


Opmerking: Boter na de vis (oftewel mosterd na de maaltijd…)

Terwijl de werkzaamheden in 2013 en 2014 zijn uitgevoerd zijn voornoemde maatregelen pas tijdens en na het gereed komen van de werkzaamheden uitgevoerd. In feite moet volgens de natuurwetgeving in dit soort gevallen de mitigatie (of compensatie) al aantoonbaar functioneel en effectief zijn, voordat de ingreep in kwestie is begonnen. Nu zijn deze maatregelen voor de getroffen vogels dus sowieso te laat gekomen, want op kale stenen groeien geen mosselen en daar komt dus ook geen daarmee geassocieerde bodemfauna als mogelijke voedselbron voor.


  1. Monitoring


Van 2015-2016 zijn langs de kust vogeltelingen uitgevoerd om het effect te meten. Tellingen uit 2013 zijn gebruikt als nulmeting.


Opmerking: de nulmeting (2013) is uitgevoerd tijdens de uitvoering van de werkzaamheden (er werd al onderwater gesuppleerd). Niet aangetoond is of de aantallen niet al in negatieve zin beïnvloed zijn of waren door de werkzaamheden, toen de monitoring begon. 


Waar is gemonitord?

- Vogels op de strandhoofden langs de kust zijn geteld tussen de Kerf (bij Schoorl aan Zee) en Den Helder, omdat langs de HPZ foerageerbiotoop verloren is gegaan en langs de zandige kust verder noordwaarts (vanaf Sint Maartenszee) mitigerende maatregelen zijn genomen in de vorm van het aanbrengen van Elastocoast. Langs de kust zijn de aantallen vogels gevolgd.

- Hoogwatervluchtplaatsen zijn geteld om na te gaan of de aanleg van de Zandpolders I en II positieve gevolgen heeft voor de aanwezigheid van vogels als Scholekster en Steenloper op deze locaties. De volgende hvp’s zijn geteld: Mariëndal, Nollen van Abbestede, Zandpolder I, II en III en De Putten.

- Op Texel is de stortsteenzone langs de dijk ten noorden van Oudeschild geteld.


  1. Resultaten vogelrapport: conclusies en commentaar


Tijdens de vogeltellingen zijn, naast Steenloper en Scholekster, ook nog vijf andere vogelsoorten uitgebreid in het rapport behandeld, te weten Drieteenstrandloper, Regenwulp, Zilvermeeuw, Grote Stern en Aalscholver. Omdat de mitigerende maatregelen alleen bedoeld zijn en worden getoetst voor Steenloper en Scholekster, zullen we ons daartoe beperken. Dit betekent niet dat over de rapportage van de andere soorten geen kritische opmerkingen kunnen worden gemaakt, vooral over Aalscholver, Grote Stern en Regenwulp.


Scholekster


Tabel 1. Het jaargemiddelde aantal Scholeksters in de gehele kuststrook van Schoorl tot Huisduinen.

2010 2011 2012 2013 2014* 2015 2016

748 800 679 597

* de strandhoofden werden in de tweede helft van het jaar geleidelijk aan met zand bedekt.


Conclusies Scholekster

De volgende conclusies zijn in het rapport getrokken op basis van de tellingen in 2016:

  • De aantallen Scholeksters zijn in 2016 lager dan in 2015. De afname ten opzichte van 2013 is daarmee toegenomen. De afname in 2016 bedraagt 151 Scholeksters gemiddeld over een jaar (het traject bij Huisduinen niet meegerekend) ten opzichte van 2013, of 75 vogels gemiddeld over een jaar als het traject bij Huisduinen wel wordt meegerekend. In de winter aan het eind van 2016 zijn de aantallen Scholeksters gelijk aan de referentiesituatie.

Opmerking: de afname is 20% ten opzichte van de referentiesituatie.

  • De Scholeksters van de HPZ zijn voor een deel verhuisd naar de kusttrajecten (strandhoofden) direct ten zuiden en vooral ten noorden van de HPZ, en (vermoedelijk) voor een deel naar Huisduinen. Deze verplaatsing, die al in 2015 werd waargenomen, is ook in 2016 zichtbaar. Er zijn echter geen ringgegevens of iets dergelijks beschikbaar om verhuizingen van individuele vogels vast te stellen.

Opmerking: deze conclusie is suggestief en niet onderbouwd. Inderdaad een bewijs ontbreekt, dus niet noemen. Dit is niet wetenschappelijk.

  • Effecten van Elastocoast zijn (nog) niet waar te nemen op de verspreiding van Scholeksters.

Opmerking: de toevoeging in de rapportage van “vooralsnog” is suggestief en roept op niets gebaseerde verwachtingen op.

  • Aantallen Scholeksters op de hoogwatervluchtplaatsen zijn ten opzichte van 2013 afgenomen, vooral door een afname in De Putten, maar in 2016 weer licht toegenomen ten opzichte van 2015. In de Nollen van Abbestede is het aantal Scholeksters toegenomen; hier komt de soort het meest voor in Zandpolder II.
  • De stortberm op Texel heeft niet geleid tot een toename van het aantal Scholeksters.


Steenloper


Tabel 2. Het jaargemiddelde aantal Steenlopers in de gehele kuststrook van Camperduin tot Huisduinen.

2010 2011 2012 2013 2014* 2015 2016

536 390 401

* de strandhoofden werden in de tweede helft van het jaar geleidelijk aan met zand bedekt; overigens opmerkelijk dat het jaargemiddelde aantal Steenlopers voor 2014 niet expliciet is gerapporteerd…


Tabel 3. Het jaargemiddelde aantal Steenlopers bij Huisduinen.

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

66 76 145


Conclusies Steenloper

De volgende conclusies zijn in het rapport opgemaakt uit de tellingen in 2016:

  • De aantallen Steenlopers zijn in 2016 lager dan in 2013. De afname wordt vooral veroorzaakt door het niet optreden van hoge piekaantallen in de doortrekperioden. De aantallen Steenlopers in de winter blijven sinds 2013 op een vergelijkbaar niveau. De afname bedraagt circa 135 Steenlopers jaargemiddeld.
  • De Steenlopers van de HPZ zijn, voor zover niet vertrokken uit het telgebied, verhuisd naar gebieden ten noorden van de HPZ. Vanaf de HPZ noordwaarts is een gradiënt zichtbaar van een afnemende toename in het aantal Steenlopers. Bij Huisduinen zijn Steenlopers slechts in geringe mate in aantallen toegenomen. Er zijn geen ringgegevens beschikbaar om verhuizingen van individuele vogels vast te stellen.

Opmerking: in het rapport wordt wel gesuggereerd dat Steenlopers naar het noorden zijn verhuisd. Dit is niet wetenschappelijk onderbouwd en bovendien onjuist.

  • Effecten van Elastocoast zijn (nog) niet vast te stellen.

Opmerking: de toevoeging “nog” is suggestief en roept op niets gebaseerde verwachtingen op. In het rapport staat dat het Elastocoast niet heeft bijgedragen aan een toename van het aantal Steenlopers.

  • De hvp’s die geteld worden, worden in 2016 vrijwel uitsluitend gebruikt in de periode april-mei. Vooral de Nollen van Abbestede (Zandpolder II) is een belangrijke hoogwatervluchtplaats. Waar Steenlopers overtijen in de overige periode van het jaar is niet bekend.

Opmerking: de nieuwe hvp’s hebben dus voor het grootste deel van het jaar geen toegevoegde waarde. De Steenlopers hebben dan geen veilige hvp zoals vroeger op het dijktalud van de HBZ.

  • De Putten wordt incidenteel (nog steeds) gebruikt als hvp.
  • De stortberm op Texel heeft niet geleid tot een toename van het aantal Steenlopers.


Tabel 4. Overzicht van toe- en afname van vier soorten en het effect van Elastocoast.

toe/afname effect Elastocoast Opmerkingen

Scholekster afname nee

Steenloper afname nee

Regenwulp afname nee

Zilvermeeuw afname -


Aanvullende opmerkingen over Regenwulp, Zilvermeeuw en Kanoet, en Grote Stern

Conclusie over Regenwulp

  • De aantallen Regenwulpen zijn sterk afgenomen in het telgebied, hoewel ten opzichte van 2015 de aantallen in 2016 iets hoger zijn.
  • Het verdwijnen van de HPZ als foerageergebied voor Regenwulpen is niet tot nauwelijks gecompenseerd door strandhoofden elders langs de kust binnen het getelde gebied.
  • Regenwulpen maken geen gebruik van de getelde hvp’s.
  • Met het verdwijnen van de HPZ als foerageergebied voor Regenwulpen is een klein deel van de Regenwulpen verhuisd naar het gebied direct ten noorden hiervan, op de strandhoofden 43-60. Verder naar het noorden zijn de aantallen niet of nauwelijks toegenomen.

Opmerking: deze conclusie is suggestief en niet onderbouwd. Inderdaad een bewijs ontbreekt, dus niet noemen. Dit is niet wetenschappelijk.


Conclusie over Zilvermeeuw

  • Het aantal Zilvermeeuwen langs de kust is in 2016 hoger dan in 2015, maar blijven onder de aantallen in de referentieperiode.

Opmerking: dit zou volgens het rapport passen in de algemene Nederlandse trend en toe te schrijven zijn aan een slecht broedresultaat. Dit is echter niet onderbouwd. Zo zijn bijvoorbeeld de aantallen jonge meeuwen in de verschillende jaren niet geteld.


Aanvullende opmerkingen over spreiding van Zilvermeeuw over het telgebied

  • ‘Op het strand voor de HPZ komen vrijwel geen Zilvermeeuwen voor’. 

Opmerking: bij het lezen van deze zinsnede is de vraag gerechtvaardigd hoe en wanneer er nu eigenlijk precies geteld is op het nieuwe strand. Incidentele zomerse strandbezoeken in 2016 lieten duidelijk zien dat in ieder geval in het badseizoen dit nog vrij rustige strand regelmatig flinke aantallen rustende Kleine Mantel- en Zilvermeeuwen huisvest (M. Platteeuw, pers. obs.). Dit zijn natuurlijk geen bij laagwater op strandhoofden foeragerende vogels, maar de stelling dat er op het strand voor de HPZ vrijwel geen Zilvermeeuwen voorkomen is ietwat ongenuanceerd…

  • ‘Voorts is over het gehele telgebied het aantal Zilvermeeuwen gedaald’.

Opmerking: er blijkt uit de gegevens ook niet dat Zilvermeeuwen vanaf de HPZ zich lokaal verplaatst hebben, zoals (al dan niet terecht, zie notities aldaar) te zien was bij Scholekster en Steenloper.

  • Tenslotte is te zien dat ook op de trajecten met Elastocoast het aantal meeuwen gedaald is, en dat dit vergelijkbaar is met trajecten zonder Elastocoast.


Conclusie over Kanoet

Over de Kanoet, verbazingwekkend genoeg geen aandachtsoort, wordt nog het volgende opgemerkt in het vogelrapport van Arcadis: “Opmerkelijk is het veelvuldig in grote aantallen voorkomen van Kanoeten, een soort die tot 2015 slechts weinig werd waargenomen. De Kanoeten worden vooral in het noorden van het telgebied aangetroffen, bij Huisduinen en op de strandhoofden direct ten zuiden daarvan. In 2016 zijn de aantallen Kanoeten weer groter dan in 2015, en worden ze ook verder naar het zuiden in grotere aantallen aangetroffen.” Hier wreekt zich (andermaal) het gebrek aan kennis van de opstellers van het rapport en het gebrek aan tijd die ze zich hebben gegund om die kennis op te doen. Lokale vogelaars weten dat de strandhoofden van de HPZ in jaren met strenge winters, waarin serieuze ijsgang in de westelijke Waddenzee de daar overwinterende Kanoeten verdreef, vaak duizenden van deze vogels herbergden. Dit was ook één van de redenen om de soort ook voor de Noordzeekustzone een instandhoudingsdoelstelling toe te kennen: een overflow-functie voor strenge winters. Het is dan ook zeer kortzichtig om hier te insinueren dat Kanoeten tot 2015 slechts weinig werden waargenomen. Deze observatie illustreert slechts de magerheid van de monitoring van de nulsituatie.


Conclusie over Paarse Strandloper

De Paarse Strandloper is niet meegenomen bij de monitoringsrapportage. Dit is een omissie. De soort neemt flink af en staat op de Rode Lijst. De Paarse Strandloper was op de HPZ met een flink aandeel in de Nederlandse populatie aanwezig, maar heeft (inderdaad) nergens in Nederland een beschermde status via Natura 2000.


  1. Conclusie monitoring Elastocoast


Het rapport maakt duidelijk dat er geen toegevoegde waarde is van Elastocoast. Verder zijn er nog de volgende opmerkingen over het rapport te maken.

Opmerking: de suggestie dat alle biomassa < 2,5 cm geschikt is als voedsel voor Steenlopers in onjuist. Alleen mosselen > 1 cm zijn geschikt.

Opmerking: onderzoek naar de werkelijke beschikbaarheid van voedsel voor steltlopers op Elastocoast ontbreekt. Wordt er door steltlopers op het Elastocaost gefoerageerd?

Opmerking: de opzet van het onderzoek naar de bijdrage van Elastocoast is zeer beperkt en niet geschikt om conclusies te trekken over de (extra) foerageermogelijkheden voor steltlopers.


  1. Mitigatie op Texel: verbreding dijkvoet voor vergroting foerageergebied


Op Texel is een mitigerende maatregel uitgevoerd ten behoeve van het creëren van meer foerageermogelijkheden voor Scholeksters en Steenlopers. Ten noorden van de haven van Oudeschild, tot Dijkmanshuizen, is over een traject van 2,3 kilometer de dijkvoet verbreed en deels opgehoogd met stortsteen. Deze maatregel is uitgevoerd in november en december 2013.


Conclusie Scholekster

De volgende conclusie is in het rapport opgemaakt uit de tellingen in 2016:

  • Vooralsnog laten de resultaten geen substantiële en blijvende toename van aantallen Scholeksters zien op het traject waar de mitigerende maatregel is uitgevoerd. Dit is overigens ook niet te verwachten zolang een goede broedval van mosselen uitblijft.

Opmerking: er was in 2016 wel degelijk een goede broedval, maar dit heeft niet geleid tot mosselgroei.


Conclusie Steenloper

De volgende conclusie is in het rapport opgemaakt uit de tellingen in 2016:

  • Op het zuidelijke traject, waar de mitigerende maatregel is uitgevoerd, blijven de aantallen Steenlopers vooralsnog laag. De aantallen liggen vaak op minder dan 10. Er is nog geen positief effect zichtbaar van de mitigerende maatregel, wat gezien het ontbreken van mosselbroedval tot nu toe ook niet verwacht mag worden.

Opmerking: er was in 2016 wel degelijk een goede broedval, maar dit heeft niet geleid tot mosselgroei.


Conclusies mitigatie Texel

De mitigatie op Texel levert geen enkele bijdrage als foerageergebied.

Ten onrechte wordt gesteld dat er geen broedval is geweest, uit het NIOZ rapport blijkt dat dit wel het geval was.


  1. Resultaat bespreking met Hoogheemraadschap

Tijdens het overleg met het Hoogheemraadschap bleek dat alle partijen het eens waren dat:

  • in de MER niet getoetst is aan de instandhoudingsdoelstellingen voor vogels langs de Noordzeekustzone. Dit had geleid tot hogere mitigatiedoelstellingen voor meer vogelsoorten;
  • de rapporten over vogels en Elastocoast nog een te positief beeld geven;
  • Elastocoast niet heeft geleid tot een toename van het aantal Scholeksters en Steenlopers;
  • de opzet van het onderzoek naar de bijdrage van Elastocoast zeer beperkt is en niet geschikt om conclusie te trekken over de (extra) foerageermogelijkheden voor steltlopers;
  • de effecten van mitigatie voor Scholeksters en Steenlopers teleurstellend zijn en niet aan de eisen van de vergunningsvoorschriften voldoet;
  • de aanleg van Zandpolder II en III ten onrechte is aangemerkt als doel van mitigatie (foerageergebied voor Scholeksters en Steenlopers);
  • de rapporten over met name vogels regelmatig suggestief (‘effecten van Elastocoast (nog) niet vast te stellen’) en niet onderbouwd (noordwaartse verschuiving van steltlopers) zijn. Deze laatste zinsnede is als frauduleus bestempeld. Dit geldt niet alleen voor de paragrafen over Scholekster en Steenloper maar met name ook over die van Kanoet en Regenwulp. De behandeling van Aalscholver en Grote Stern in het rapport wordt überhaupt niet begrepen; dit zijn viseters die sowieso niet van de strandhoofden afhankelijk waren als foerageergebied.
  • de stortberm op Texel niet heeft bijgedragen aan een toename van het aantal Scholeksters en Steenlopers. De broedval van mosselen in 2016 heeft niet geleid tot vestiging van nieuwe mosselen. De vooruitzichten van deze maatregel zijn zeer somber;
  • de mitigatie tijdig had moeten zijn en dat er een resultaatverplichting is.


Tijdens het overleg is afgesproken dat:

  • er een overleg komt van een vertegenwoordiging van de aanwezigen met de auteur van het monitoringrapport over de vogels om te bewerkstelligen dat de suggestieve en niet-onderbouwde passages uit het rapport verdwijnen;
  • uitgegaan wordt van een resultaatsverplichting van de mitigerende maatregelen;
  • er in de tussentijdse rapportage door HHNK naar het ministerie van EZ (vóór juli 2017) de teleurstelling over de mitigatie wordt benoemd met een voorstel om niet de monitoringsresultaten van 2020 af te wachten, maar reeds te zoeken naar reële (met zekerheid bewezen) alternatieven voor mitigatie.


De belangrijkste uitkomst van het gehele proces van de tussenrapportage is dat ook HHNK toegeeft dat de mitigatie van het verlies aan foerageergebied op hard substraat op de HPZ, zowel via de veronderstelde kwaliteitsverbetering met Elastocoast op de strandhoofden als via de beoogde vergroting van het foerageergebied op de dijk op Texel, schromelijk aan het mislukken is. We zullen dus op zoek moeten gaan naar maatregelen die wél werken, want behoud van Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen is een resultaatverplichting en géén inspanningsverplichting. En deze maatregelen dienen z.s.m. te worden ingezet en niet pas in 2020.


Literatuur

ARCADIS 2010. Kust op Kracht. Vogeltellingen van de strandhoofden in mei 2010. In opdracht van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

ARCADIS 2011. Kust op Kracht. Vogeltellingen van de strandhoofden in 2011. In opdracht van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

ARCADIS 2012. Zwakke Schakels Noord-Holland. Vogeltellingen van de strandhoofden in 2012. In opdracht van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

ARCADIS 2013. Zwakke schakels Noord-Holland. Passende beoordeling.

Arens B, K Stins, J Rotteveel & L Knol 2017. Zwakke Schakels Noord-Holland. Metingen zand- en zoutspray rondom HPZ. Tussenrapportage 2017. Arens Bureau voor Strand- en duinonderzoek, i.o.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Beekman JH 2017. Kustversterking Zwakke Schakels Noord-Holland. Effectmeting vogels 2016. ARCADIS, ’s-Hertogenbosch, i.o.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Beekman JH & TD Jager 2015. Kustversterking Zwakke Schakels Noord-Holland. Nulmeting vogels. ARCADIS, ’s-Hertogenbosch, i.o.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Drent J, R Dekker, O Kramer & A Dijkstra 2017. Rapportage bemonsteringen strandhoofden aan de Noord-Hollandse kust tussen Sint Maartenszee en Julianadorp en de stortberm op Texel tussen Oudeschild en Oost in de periode mei 2015 - januari 2017. Rapport NIOZ i.o.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Ten Haaf C & T Damm 2017. Zwakke Schakels N-H. Monitoring flora en vegetatie in 2016. Van der Goes en Groot, Ten Haaf & Bakker, i.o.v. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.



Middels deze site willen wij bewoners uit de regio, recreanten en natuurliefhebbers informeren over de plannen die er zijn met de Hondsbossche en Pettemer Zeewering. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Provincie Noord-Holland, zelfs gemeenten verzuimen dit zelf aan te pakken.


De Hondsbossche en Pettemer Zeewering hebben een lange geschiedenis van stormschade en dijkherstel. De huidige dijk ligt er sinds 1880 en is sindsdien meerdere malen verhoogd en verbreed. De dijk voldoet door zeespiegelstijging en de toegenomen kracht van de golfslag niet meer aan de norm, die uitgaat van een kans op een doorbraak in eens per 10.000 jaar. De dijk is daarom in 2004 aangemerkt als ‘Zwakke schakel’.

 

De afgelopen jaren zijn er verschillende scenario’s uitgewerkt om de dijk te versterken, waaronder een nieuwe verhoging en verbreding van de dijk (variant Overslagdijk). In een onduidelijke gang van zaken is er een aantal jaar terug ineens het alternatief ‘Zand en Natuur’ naar voren geschoven als het meest gewenste scenario. In dit scenario komt er een groot zandpakket voor/op de dijk. Er zal een strand ontstaan van zo’n 250 meter en mogelijk wordt er voor gekozen om het zand tot tegen de bovenkant van de dijk aan te brengen. Dit alternatief had beter ‘Zand over de Natuur’ kunnen heten, want er gaat juist veel natuurwaarde verloren.


Middels deze site en een aantal acties willen wij u op de hoogte brengen wat voor gevolgen deze zandsuppleties zullen hebben. 

 

Wij hopen dat u met ons van mening bent dat er een uniek stukje Noord Holland verloren dreigt te gaan. We krijgen er een stuk strand, waar we in Noord-Holland toch echt al wel genoeg van hebben, voor terug.

 

Veiligheid voor alles, maar er zijn meer, zelfs goedkopere oplossingen dan zand!

 

 

Uitspraak: verzoek afgewezen


De door Faunabescherming en Vogelwerkgroep Alkmaar e.o. (VWG)  aangevraagde Voorlopige voorziening om de werkzaamheden te stoppen tot er uitspraak is gedaan in de bodemprocedure is door de rechter afgewezen. Een grote teleurstelling en de gevolgen van deze uitspraak zijn onomkeerbaar, wat eigenlijk ook aangeeft dat een Bodemprocedure volgen totaal geen zin kan hebben. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van ons rechtssysteem? Maar zo werkt het blijkbaar wel.

 

De argumenten waren dat het stilleggen van de werkzaamheden veel geld zou gaan kosten. Ook dat is de omgekeerde wereld. Oord/Boskalis heeft zélf dat risico genomen door alvast te starten voor de procedure is afgerond!

 

Er zou voldoende voedsel voor Scholeksters overblijven tot in ieder geval begin november. De elastocoast zou ondertussen effectiever zijn dan eerder aangenomen en de vogels maken er al gebruik van...

Al voor het aanbrengen van de elastocoast maakten de, plaatstrouwe, vogels gebruik van deze dammen. Onze tellingen wijzen echter uit dat ze er vooral rusten en foerageren gebeurt hier en daar aan de randen waar geen elastocoast is aangebracht. Maar ze maken inderdaad (nog steeds) gebruik van de dammen. Een kwestie van formulering dus waar een rechter door wordt misleid als hij niet alle stukken leest (en dat was het geval, dat gaf hij die dag zelf toe).

Het Nioz monitort de elastocoast voor het Hoogheemraadschap. Voor de rechtszaak hebben ze echter geen beroep gedaan op het betrouwbare Nioz, wat natuurlijk heel vreemd is. Paalvast werd ingehuurd om een schandalig rapport te schrijven. Deze Paalvast ging bijvoorbeeld berekenen hoeveel biomassa voedsel/mosselen er wel niet aanwezig zou zijn. Dat Scholeksters die kleine mosselen niet eens openen omdat dat te weinig energie oplevert voor de moeite die ze ervoor moeten doen werd buiten beschouwing gelaten.

Een tweede voorbeeld. Het is belangrijk dat er diversiteit op de dammen is. Toen Faunabescherming/VWG in een tabel in het rapport lazen dat er zeepokken op de elastocoast zouden zitten waren ze heel verbaasd, die hadden zij er nooit aangetroffen. Als je alle tekst dan gaat lezen dan staat er ergens een regel dat dit ging op gruis van zeepokken! Maar als je alleen de samenvatting/tabel bekijkt komt dat dus heel anders over!

 

Dit zijn zomaar twee voorbeelden van zaken waar ze tegenaan liepen. En de rechter die niet de moeite neemt om alles te lezen slikt dit dus als zoete koek. Het komt er dus op neer dat je als rijke overheid/bedrijf louche bureautjes in kan huren en zo dik mogelijke rapporten kan laten schrijven die jou goed uitkomen. Als particulier of vereniging kost je dat vervolgens vele vrije uren om alles door te lezen, beweringen te weerleggen en te bewijzen. En zelfs dan kan het dus nog verspilde moeite zijn als een rechter niet de moeite neemt alles goed door te lezen. Zoals nu het geval was.

 

"Ik zou als rechter, maar ook als werknemer van dit soort louche bedrijven, toch biologen waarvan je verwacht dat ze iets met natuur hebben,  geen oog meer dicht doen als ik hieraan zou moeten meewerken".  Aldus Miranda Zutt van de Vogelwerkgroep.

 

Onderzocht wordt nu welke stappen (Europees?) ze verder nog kunnen nemen en ze hopen maar dat de uitspraak in de Bodemprocedure snel zal volgen.

 

 

 

 

Derde Voorlopige voorziening 

 

Faunabescherming Nederland, Vogelwerkgroep Alkmaar e.o. en steenloperonderzoekers zagen zich onlangs genoodzaakt om een derde verzoek voor een Voorlopige voorziening te doen. Op 1 juli is gestart met het opspuiten van zand en er verdijwnt per week 250 meter dijk onder het zand. Tegen de tijd dat er een uitspraak in de bodemprocedure is zouden alle strekdammen al onder het zand verdwenen kunnen zijn. 

 

Op 31 augustus werd de Voorlopige voorziening bij de Raad van State behandeld. De rechter was geïnteresseerd en stelde goede vragen. Hij heeft eerst uitgelegd dat een arrest van het Europese hof grote consequenties kan hebben voor veel zaken. Dit moet worden bekeken en dat kost tijd. Er kan niet aangegeven worden wanneer die uitspraak er gaat komen, maar ze werken er hard aan. Ondertussen gaan de werkzaamheden dus door en zijn reeds 6 strekdammen onder het zand verdwenen en daar komen er in augustus nog 6 bij, daarna iedere maand 10. Het kan dus zo zijn dat alle strekdammen al onder het zand zijn verdwenen voordat er een uitspraak is en dan heeft een bodemzaak dus totaal geen zin meer.

De verweerders stelden dat er geen verplichting tot mitigerende maatregelen zou zijn omdat deze vogels niet verblijven in een N2000 gebied en er geen effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. Daarbij vergeten ze dat er ook nog zoiets is als de Vogelrichtlijn waar ze zich aan moeten houden. En ieder negatief effect is van invloed op de instanddhouding van de Scholekster die zeer zorgelijk is. Mitigerende maatregelen moeten, conform Europese uitspraken en de uitspraken functioneren voordat de schadetoebrengende maatregelen worden getroffen.  De nu genomen maatregelen zijn van onvoldoende oppervlakte (2,7 i.p.v. 30 ha), onvoldoende kwaliteit (geen diversiteit), ruimtelijk gezien ongunstig (grotere afstand tussen de dammen, veel verstoring) en niet tijdig (geen voedsel of voedsel niet bereikbaar, mosselen te klein, vogels zoeken er nu geen voedsel maar rusten vooral op de behandelde dammen).

De verweerders stelden dat er in de Waddenzee genoeg voedsel zou zijn voor de Scholeksters. Uit de notitie van B. Ens ‘Notitie draagkracht van de Waddenzee voor overwinterende Scholeksters’ van 8 januari 2014  blijkt echter dat deze bewering niet relevant is. In de conclusie van het rapport staat: Vanwege de grote jaarlijkse variatie in schelpdierbestanden is het onjuist om bij discussies over schelpdierbestanden te wijzen op de omvang van die bestanden in een enkel jaar. Omdat de schelpdierbestanden van jaar op jaar fluctueren en omdat Scholeksters langlevende vogels zijn is het onzinnig om de draagkracht over een enkel jaar te berekenen; de periode waarover draagkrachten worden berekend bedraagt daarom meestal ongeveer tien jaar.

Wat nodig zou zijn:

Lokale compensatie met behulp van hard substraat van dezelfde kwaliteit (facet gezet basalt). De randvoorwaarden hiervoor staan in het rapport ‘Effectanalyse Vogels, Kustverdediging Kust op kracht; A&W-rapport 1449, 2010, in opdracht van HHNK. De toepassing hiervan in de vorm van drijvende basalteilanden in zee zijn gepresenteerd door de auteur van het rapport M. Kersten, maar de mogelijkheid hiervan is niet in de planvorming betrokken omdat deze te duur zou zijn. Mogelijkheden voor lokale compensatie zijn dus wel mogelijk. Ook Alkyon heeft compensatiemogelijkheden met vaste basaltdammen gepresenteerd. Deze zijn niet meegenomen vanwege het concept van een gladde kust. Waarom worden er elders voor de kust wel strekdammen aangelegd en wordt er hier vastgehouden aan enkel zand.

 

Voor de goede orde: ze betwisten niet dat het versterken van de Zeewering belangrijk is. Wel betwist ze de noodzaak om deze werkzaamheden nu uit te voeren en niet te wachten tot er uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.

 

 

 

 

Waarom zo'n haast?

Waarom wordt gestart met de werkzaamheden terwijl de Raad van State zich nog niet heeft uitgesproken over de Zienswijze op het plan? Deze vraagt dringt zich op.

Veiligheid? De zeewering heeft de afgelopen winter verschillende zware stormen glansrijk doorstaan. Samen met de vooroeversuppletie is er van direct gevaar geen sprake (meer). Al vanaf 2004 wordt er over gepraat, waarom nu ineens zo'n haast?

Milieu? Wie kijkt naar de werkzaamheden kan niet om de dikke rookpluimen en bruine smog heen. De schepen zijn zeer vervuilend en we hebben begrepen dat de milieu eisen voor dit soort schepen, terecht, per 1 januari 2015 worden aangescherpt wat een hoop extra kosten met zich meebrengt.

Weten zij meer dan wij? Bij kritische vragen over de werkzaamheden antwoorden verschillende 'beveiligers' dat alles al in kannen en kruiken is. Hoe weten ze dat? Het suggereert dat alles al is beklonken, tot aan de Raad van State aan toe. Eerder al werden we geconfronteerd met de dubieuze keuze voor het zand. Hoe corrupt is Nederland?

 

 

          250 meter zand wordt er per week opgespoten terwijl er nog geen uitspraak van de Raad van State over de ingediende Zienswijzen op de plannen is gedaan.

 vervuiling 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een vieze, gele band vervuiling hangt boven de horizon. 

Zeer waarschijnlijk duidt die “band” op zwaveloxiden (SOx)  die bij verbranding van scheepsdiesel of zware olie vrijkomen. Zoals u weet is SO2 erg giftig.

 

 

Raad van State



Voorlopige voorzieningen

De Faunabescherming, de Vogelwerkgroep Alkmaar en omstreken en de steenloperonderzoekers Van Brederode en Roersma hebben de Raad van State weer verzocht, op zo kort mogelijke termijn een voorlopige voorziening te treffen, zodat het onder het zand bedelven van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering onmiddellijk wordt gestopt, totdat de Raad van State een definitieve uitspraak heeft gedaan.

Twee eerdere verzoeken dit jaar werden door de voorzieningenrechter afgewezen, omdat er tijdig, vóór 1 juli, een definitieve uitspraak van de Raad van State zou zijn. Nu de Raad van State het onderzoek in deze zaak heeft heropend zal het nog minmaal 10 weken duren voor die uitspraak er zal zijn. In de tussentijd zal een zeer groot deel van de zeewering onder het zand verdwenen zijn. De eerder gedane toezeggingen worden daarmee niet nagekomen.

De gevolgen voor de natuur zijn desastreus. Dat is nu al goed te zien. Duizenden meeuwen doen zich te goed aan de zeesterren, schelpdieren en al wat er meer aan eetbaars op het strand en de dammen wordt opgespoten. Ondertussen wordt ook de enorme rijkdom aan leven op de strekdammen zoals zeeanemonen, alikruiken, krabben, zeesterren en mosselen levend begraven. Veel vissoorten raken hun habitat kwijt.

Het aantal steenlopers was dit voorjaar al opvallend minder, maar in het najaar gaan de echt grote klappen vallen als ze uitgehongerd arriveren in een zandwoestijn in plaats van bij een zeebanket. Aanvankelijk kregen bovengenoemde organisaties van het Hoogheemraadschap de verzekering, dat er daadwerkelijk functionerende compenserende of mitigerende maatregelen zouden zijn getroffen voor de op de zeewering foeragerende vogels, voor er ook maar een schep zand op de dijk zou komen. Deze toezegging wordt echter niet nagekomen en zal met name onder de steenlopers hoge aantallen slachtoffers eisen. Dat is in flagrante strijd met de Europese Vogel- en Habitat Richtlijn.

Eerder al meldde het Nioz dat hoogstwaarschijnlijk door zandsuppleties de visstand en diversiteit in de Waddenzee de afgelopen vijftig jaar enorm is teruggelopen. Dus ook daar zal dit zand grote gevolgen gaan krijgen. 


Bodemprocedure

Op 10 april diende in Den Haag de bodemprocedure van het projectplan Zwakke Schakels.

 

Allereerst was Piet van Noort aan de beurt. Hij bracht de zandbelangenverstrengeling onder de aandacht.


Jan Ligthart van het Burgercomite kustveiligheid sprak vervolgens zijn twijfels uit over procedure waarin uiteindelijk plots voor zand werd gekozen. Hij droeg verschillende alternatieven aan die ook snel gerealiseerd kunnen worden en niet duurder zijn dan zand. En hij gaf aan dat het natuurlijk zot is dat je een Zienswijze in moet dienen op een plan dat nog niet af is en keer op keer veranderd.


Vervolgens mochten o.a. namens Vogelwerkgroep Alkmaar e.o., Faunabescherming en appellanten H. Roersma en Drs. van brederode  Harm Niesen en Drs. Nelly van Brederode plaats nemen.

Een aantal onderwerpen zijn aan bod gekomen:

- De voedselbeschikbaarheid van de Waddenzee werd door de advocate van de verweerders weer enorm opgehemeld.Dat kon nu goed worden weerlegt want in het rapport van Dr. B. Ens ‘Notitie draagkracht van de Waddenzee voor overwinterende Scholeksters (8-1-2014)’ staat dat vanwege de grote jaarlijkse variatie in schelpdierbestanden het onzinnig is om de draagkracht over een enkel jaar te berekenen. Je zou dit over een periode van tien jaar moeten berekenen.

- Instandhouding: Volgens de advocate van de verweerders was die prima in orde, zelfs als 40% van de Steenlopers dood zou gaan zou die nog niet in gevaar komen. Drs. van Brederode kon vervolgens citeren uit het Sovonraport dat net deze week op de mat viel en waarin iets heel anders staat.

- Juistheid van de tellingen. Het is schandalig dat de kleurringgegevens van Drs. van Brederode zelfs door de tegenpartij worden misbruikt. Zo wordt beweerd dat tellers op de strandhoofden ten noorden van de HPZ regelmatig coderingen hebben gezien van Steenlopers die geringd zijn aan de HPZ. Uit analyse van de gegevens blijkt echter dat in de vier jaar die zijn geteld Arcadis 7 Steenlopers hebben gemeld met coderingen uit het project van Brederode en Roersma. Drie van deze Steenlopers zijn echter helemaal niet aan de HPZ geringd, maar ter hoogte van Den Helder. De keuze van een foerageergebied bij Den Helder lijkt daarmee logisch. Het gaat dan dus nog maar om 4 vogels van de 2000 en daarmee kan niet worden onderbouwd dat Steenlopers die op de HPZ foerageren ook het deel van de Noord-Hollandse kust ten noorden daarvan gebruiken.

- Discussie over de relatie van Scholeksters met de Waddenzee; deze is volgens verweerders 27% en dit % is slechts gebaseerd op vondsten van metalen ringen. Dit % kan alleen bepaald worden, en zal zeer zeker ook hoger worden, na kleurring onderzoek, wat niet is gebeurt.

- Verkleining Natura 2000 gebied; volgens de verweerders is de grens (de laagwaterlijn) dynamisch. Dynamisch is in onze ogen niet het opschuiven van die grens met honderden meters door menselijk ingrijpen…

- Verzoeting; Ing. Rob Struyk heeft uitgelegd waarom het gebied achter de dijk gaat verzoeten waardoor de unieke waarden van dit gebied in gevaar komen. Helaas kwam de zeer belangrijke invloed van zoute spray niet ter sprake.


Op het eind werd het recent  zand op de dammen en een vraag schorsing van de werkzaamheden.                                                                    Je kon een speld horen vallen in de rechtszaal!

Er ligt inmiddels al veel zand op de plasberm en de dammen van de HPZ

De rechter was daarover not amused, en vroeg waarom daar niet eerder in de zitting mee was gekomen… Waarop Harm Niesen aangaf dat het niet eerder mocht, dat ze slechts vragen mochten beantwoorden, en daar kon de rechter natuurlijk niets tegenin brengen. Had Dhr. Niesen, zoals gebruikelijk is, de pleitnota in het begin voor kunnen lezen, dan hadden ze het meteen geweten. De advocaat van de verweerders stamelde nog dat het niet ‘hun’ zand was!

Maar het werd niet meegenomen in deze zitting, er moet apart om een schorsing worden gevraagd.

De pleitnota is te lezen op www.vwg-alkmaar.nl onder 'Nieuws'.

 


iemand verwoorde het gebeuren in Den Haag als volgt:

“Na de sessie bij de Raad van State begint bij mij de verbazing te groeien hoe men in staat is om feiten compleet buiten beschouwing te redeneren. Verbazing ook hoe zwart wit kan worden genoemd op basis van onderzoekjes van duur betaalde adviseurs die hun hypotheek willen kunnen blijven betalen en dientengevolge bereid zijn om gemanipuleerde, afhankelijke rapportages te produceren. “


Wij onderschrijven deze conclusie volledig.

Na deze rechtszaak kan niet langer voorbij worden gegaan aan het feit dat de keuze voor zand een zeer slechte is, genomen na een dubieuze lobby van de zandhandel, niet de enige snelle manier om de veiligheid te verhogen, niet de goedkoopste, niet de duurzaamste en die bovendien ook nog zeer slecht is voor de rijke huidige natuurwaarden van het gebied.

 


De haast die nu wordt gemaakt met de werkzaamheden heeft volgens onze bronnen vooral te maken met het feit dat de milieueisen voor de zeer vervuilende schepen per 1 januari 2015 worden aangescherpt en waardoor de kosten van het aanbrengen van zand dus hoger zullen worden.


De uitspraak wordt begin juni verwacht.


 




De plannen zijn bekend: punten van kritiek




Op 11-12-13 om 14.15 uur onthulden Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland en aannemerscombinatie Van Oord en Boskalis het ontwerp van de versterking van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering.
 
Het was voor betrokken partijen geen verrassing dat juist deze aannemerscombinatie gekozen is. Hun namen zoemden al lang rond nadat er na jaren van praten over een overslagdijk plots gekozen werd voor zand. Een gevolg van een succesvolle lobby?
 
de lagune bij Camperduinuitzicht op de natte duinvalleidwarsdoorsnede

 

Historie

De historie van dit gebied heeft al laten zien dat zand op deze plek niet werkt. 

 

Procedure

Het is bijzonder dat de Zienswijzen tegen dit plan al ingediend dienden te worden voor het plan er überhaupt was! 

Verschillende partijen gaan naar de Raad van Staten, maar daar wordt niet over gesproken of rekening mee gehouden. De voorbereidende werkzaamheden zijn al gestart, in februari komt de eerste zandhopper. Een arrogante houding die doet vermoeden dat er van bovenaf al besloten is dat het hoe dan ook doorgaat.

 

De strandlagune bij Camperduin

De strandlagune bij Camperduin gaan de aannemers 5 jaar in stand houden. Daarna wordt er geëvalueerd en bestaat de kans dat de natuur zijn gang mag gaan als de kosten te hoog blijken. Deskundigen zijn het er over eens dat de lagune zonder menselijk ingrijpen gaat verdwijnen (kijk maar naar De Kerf). Zo worden de bewoners van Camperduin zoet gehouden met een mooi plaatje.

 

De natte duinvallei

In het midden wordt een natuurzone aangelegd. Natuurorganisaties worden hier zoet gehouden met een natte duinvallei. Maar de vraag is of deze vallei niet vol gaat stuiven met zand. Mocht dit niet gebeuren dan is absolute rust noodzakelijk om er een mooi stukje natuur te laten ontstaan. Rust dat er niet gaat komen want recreatie gaat nog altijd vóór natuur. Een ruiterpad en fietspad doorkruizen de natuurzone en ook over de dijk en vanaf het strand is de zone bereikbaar. Een brug met kijkschermen zal ook extra publiek trekken en zorgt tevens voor een extra belasting van het buurtschap Leihoek waar geparkeerd zal worden.

Er wordt vanuit gegaan dat mensen niet zo ver willen lopen en dat ze zich netjes aan de bordjes gaan houden...

 

Onderwaterleven

Al het bijzondere leven op de strandhoofden voor de HBPZ zal levend begraven gaan worden. Er zijn maar liefst 90 soorten op deze strandhoofden aangetroffen (zie op deze website ook 'Onder water'). Hoewel menig kind hier zijn eerste krab of zeester heeft gezien en de strekdammen heel belangrijk zijn als voedselbron voor veel vogelsoorten, lijkt bijna niemand zich druk te maken om wat hier levend begraven gaat worden.

Echter ook op de plaats waar het zand wordt opgezogen zal veel leven verloren gaan. Tijdens de tweede bijeenkomst vroeg een mevrouw hiernaar. Het antwoord was dat dat wel meeviel, op 20 meter diepte leefde niet zoveel. We hadden echter slechts een paar minuten eerder naar een filmpje van een suppletie bij Scheviingen gekeken waar tienduizenden meeuwen zich dag in dag uit tegoed deden aan dode schelpdieren...

Het zal nodig zijn de suppleties te herhalen. Al het bodemleven dat na een voorgaande supletie is ontstaan zal dan weer toegedekt worden met een laag zand. Keer op keer zal het zand dus voor dood en verderf zorgen, zowel op de winlocatie als op de stortlocatie.

 

Vogels

In de procedures en tijdens de bijeenkomsten wordt alleen gesproken over de vogels waarvoor een juridische verplichting geldt, in dit geval steenloper en scholekster. Wie regelmatig de dijk bezoekt weet echter dat er veel meer vogels gebruik maken van de strekdammen en al het voedsel dat het hen biedt. Verschillende soorten steltlopers als paarse strandloper, regenwulp, kanoet, maar ook rotganzen en grote sterns. Verschillende soorten meeuwen, vaak met tienduizenden tegelijk zijn hier te vinden. Al vanaf de jaren tachtig nemen de aantallen zilvermeeuwen in Nederland af. Omdat meeuwen niet erg populair zijn wordt hier weinig aandacht aan besteed. Het verlies van 25 ha voedsel zal voor hen zeker gevolgen hebben. Waar gaan ze heen? naar Campings? Steden/dorpen? Wie zal het zeggen...

Voor de steenloper en scholekster worden mitigerend/compenserende maatregelen getroffen. Zo worden strandhoofden ten noorden van de zeewering opgewaardeerd met elastocoast. Op dit elastocoast zouden mosselen beter hechten. Er werden foto's getoond van, met veel mosselen begroeid elastocoast. Deze mosselen zijn echter te klein om als voedsel voor scholekster en steenloper te kunnen dienen. De strekdammen die niet met elastocoast zijn behandeld zijn zeker zo goed begroeid met mosselen als de dammen met elastocoast! Het met elastocoast behandelde oppervlak is, iv.m. onderhoud van de dammen, heel vlak en er zijn weinig poeltjes aanwezig, waar belangrijk, ander voedsel voor vogels in te vinden is. Als het zand zich na verloop van tijd noordelijker zal gaan verspreiden verzanden ook de noordelijke strekdammen en zullen de mosselen verstikken/verdwijnen. 

Ook op Texel worden maatregelen genomen door de aanleg van stortbermen. Hoe moeten de vogels weten dat ze daarnaar toe moeten uitwijken? Gaan ze bordjes plaatsen? Ook de Waddenvereniging is geen voorstander van deze plannen. Ze vind dat lokaal maatregelen dienen te worden genomen.

Er zullen veel vogels van honger sterven als deze plannen doorgaan.

 

Verkleining Natura 2000 gebied

Door het deponeren van grote hoeveelheden zand, zal het Natura2000 gebied Noordzeekustzone een stuk kleiner worden gemaakt: nu ligt de laagwaterlijn aan de voet van de dijk, straks ligt die minstens 100 meter westelijker. Met andere woorden: door dit initiatief zal de grens van het Natura 2000 gebied Noordzeekustzone wijzigen en dit is niet toegestaan.


Verzoeting achterland

Het zoute en brakke milieu in de polders achter de zeewering zal door het aanbrengen van een grote hoeveelheid zand gaan veranderen. De conclusie door de provincie Noord-Holland, dat er achter de Hondsbossche zeewering nauwelijks verzoeting optreedt klopt dan ook niet. De verzoeting zal de aanwezige bijzondere natuurwaarden sterk negatief beïnvloeden. Zo komen er in De Putten zer bijzondere brakwaterorganismen voor. Brakke situaties zijn in Nederland zeer zeldzaam, en indien deze door zoete natuur vervangen wordt, is sprake van een sterk verlies aan natuurwaarden.

 

Stuiven

Veel inwoners van Camperduin en Petten vrezen terecht voor het stuiven van zand. Zand gaat in alle kieren en hoeken zitten, zal schilderwerk van huizen aantasten en bevat fijnstof met de nodige gezondheidsrisisco's.

 

Zand verdwijnt

We weten allemaal wat er gebeurt als er een golf je net gebouwde zandkasteel overspoelt...het verdwijnt met de golven richting zee. Waar gaat dat zand heen? De Razende bol wordt al jaren groter door alle eerdere suppleties, is het Marsdiep straks nog wel diep genoeg om door te varen, of verzand de Waddenzee, die behoefte heeft aan meer slip en niet aan meer zand...? De tijd zal het leren.

 

Geld 

 Deze plannen kosten 240 miljoen euro, opgebracht door de belastingbetaler. Dat is twee jaar lang een miljoen euro per maand voor totaal 8 kilometer kustverstreking. Dat kan echt veel goedkoper en duurzamer!

De aannemer heeft de plicht om het 20 jaar te onderhouden. Na 20 jaar is de kust dus wederom niet veilig, als dat al niet eerder gebeurt als de klus bijvoorbeeld wordt ondergebracht in een BV die al na x aantal jaar failliet gaat.

 

Veilig?

Is zand veilig? Kijk wat er is gebeurt met het in de nazomer van 2013 gesupleerde zand na een storm:

 

het verdwenen zand na een najaarsstorm in 2013 

Beelden zeggen meer dan woorden.

 

 

Hondsbossche en Pettemer Zeewering